|
 Dat naaktfotografie een product zou zijn van de seksuele revolutie uit de zestiger jaren van de vorige eeuw is een gruwelijk misverstand. Zolang er beelden en plaatjes(?) tekeningen gemaakt worden, worden er ook naakten gemaakt. Dus ook naaktfoto's. Wat wel verandert is de plaats die naaktfotografie inneemt en de acceptatie ervan. In het begin was het verboden. Er wordt in het geheim gefotografeerd en de naaktfoto's worden onder de toonbank verhandeld. Deze aflevering laat de ontwikkeling zien van dit onderdeel van de fotografie tot zeer geaccepteerde kunstvorm, niet anders dan landschapsfotografie of portretfotografie. Bekende foto's van Madonna zijn te zien. Daarnaast zien wij fotografen aan het werk zoals Jeanloup Sieff en Helmut Newton.
|
|  PV SOUND: AUDIO - VIDEO - FOTOGRAFIE | |
|
 - PV Sound
|
|
|  Ook eigen startpagina? | |
|
|
|
Fotografie is het met behulp van licht en andere vormen van straling vervaardigen van afbeeldingen van voorwerpen en verschijnselen. Het woord is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk schrijven met licht. (öùôïò phootos=licht, ãñáöåéí graphein=schrijven)
Iemand die (beroepsmatig) fotografie verricht noemt men een fotograaf. Voor het maken van een foto maakt men gebruik van een camera. Een afdruk van een voorwerp dat direct op lichtgevoelig materiaal gelegd is en vervolgens belicht is een fotogram.
|
|
In 1816 maakte Joseph Nicephore Niépce een foto vanuit een raam door een plaat met een lichtgevoelig materiaal in een camera obscura bloot te stellen aan licht. Het beeld dat werd gevormd was een negatiefbeeld dat niet was gefixeerd, en dus door verdere belichting buiten de camera obscura verloren ging. De beelden die waren gemaakt met deze techniek noemde hij retinas.
In 1826 maakte Niépce de eerste foto op een plaat die was bedekt met bitumen (asfalt). Hij had hiervoor een belichtingstijd van maar liefst acht uur nodig bij helder zonlicht. De foto maakte hij van zijn achtertuin en door het draaien van de zon zag je de schaduw van twee kanten. Deze bitumen-beelden, die naast zwart en wit ook grijstinten konden tonen, konden ook worden gefixeerd en in positieve beelden worden omgezet.
Doch Louis Jacques Mandé Daguerre wordt ook vaak beschouwd als de uitvinder van de fotografie. In 1831 zette Daguerre de proefnemingen van Niépce voort met zilverjodide. In 1837 ontdekte Daguerre bij toeval de mogelijkheid van ontwikkeling van het latente beeld. Hij had een gejodeerde verzilverde koperplaat kort belicht en hierna bloot gesteld aan kwikdamp. Hierop bleek zich een beeld te hebben gevormd. Hij noemde dit proces Daguerreotype.
In 1834 begon William Henry Fox Talbot te experimenteren. Hij ontwikkelde een methode om papier lichtgevoelig te maken door het te dompelen in een zwakke zoutoplossing en daarna in een zilvernitraat oplossing. De lichtgevoeligheid van zilvernitraat was reeds in 1727 ontdekt door Johann Heinrich Schulze maar was tot dan toe niet meer dan een curiositeit en kermisattractie. Thomas Wedgwood en Sir Humphrey Davy slaagden er in 1802 al in onder invloed van licht een beeld te vangen op voorbewerkt papier. Alleen lukte het hen niet dit beeld te fixeren. Maar Talbot lukte het de beelden te fixeren door ze te dompelen in een sterke zoutoplossing. Ook ontdekte hij het negatief-positief procédé.
De 'uitvinding van de fotografie' werd in januari 1839 bijna gelijktijdig in Parijs en in Londen aangekondigd. Overigens staat in het Franse plaatsje Saint-Loup-de-Varennes - de plaats waar Joseph Nicephore Niépce zijn eerste proeven deed - een monument met de tekst "DANS CE VILLAGE NICEPHORE NIEPCE INVENTA la PHOTOGRAPHIE en 1822".
Omstreeks 1850 verving men de papieren drager door glas en hechtte men de zilverhalogeniden met behulp van een collodiumlaag op deze doorzichtige basis. Deze glasplaten moesten terwijl ze nat waren worden belicht en meteen worden afgewerkt. In 1871 vond de Engelse arts Maddox een droge methode uit, hij gebruikte een glasplaat waarop zilverbromide in een gelatine laag ingebed werd. Dit is in feite de oervorm van de huidige fotografische films.
Een recente ontwikkeling is de digitale fotografie. Hierbij vervangt men de traditionele camera, geladen met film (waarvan de chemische eigenschappen veranderen door de belichting) door een camera met een lichtgevoelige elektronische sensor.
|
|
Stereofotografie bestaat uit het maken van twee opnamen, gelijktijdig gemaakt, op ca. 6,5 cm van elkaar wat overeenkomt met de gemiddelde afstand tussen twee mensenogen. Daarmee is het mogelijk om diepte te zien.
|
|
|
 Wat blijft er over van herinneringen aan gebeurtenissen, als er geen beelden van zouden zijn? Zelfs belangrijke en aangrijpende gebeurtenissen uit oorlogen zouden verdwijnen en verworden tot cijfers en lijstjes met namen van slachtoffers. Fotografie, zoals bijvoorbeeld uit onze beide wereldoorlogen en uit Vietnam, houdt voor ons de beelden vast en helpt bij het schrijven van onze geschiedenis.
|
|
 Vanaf het begin van de fotografie in 1939 is dit nieuwe medium ook gebruikt voor het maken van portretten. Al snel ontstaan de eerste fotostudio's. Inmiddels kennen wij een aantal beroemde portretfotografen, zoals Richard Avedon en Helmut Newton, en vele beroemde portretfoto's van grote sterren. In deze aflevering is er zowel aandacht voor de fotografen, als voor de vele mooie portretten.
|
|  Fotografie en wetenschap | |
|
 Wetenschappers hebben in de fotografie een nieuw instrument gevonden. Veel zaken zijn nu voor verder onderzoek vast te leggen. Dat kan eenvoudig, zoals de politie allerlei zaken en personen vastlegt voor opsporing en onderzoek. Maar de geschiedenis kent ook meer spraakmakende voorbeelden. Zoals de foto die de Zweed Nielson maakte van de ongeboren vrucht in de baarmoeder. Minder spraakmakend wellicht, was de poging van Muybridge om door middel van een reeks opeenvolgende foto's na te gaan hoe precies de beweging van een paard in elkaar steekt. Inmiddels kennen wij vele toepassingen in de vorm van lichaamscans.
|
|
 Amateurfotografie heeft inmiddels een schat aan informatie opgeleverd. Soms heel persoonlijke informatie, zoals in het familiealbum. Veel amateurs leggen dagelijks talloze gebeurtenissen vast en daarmee belangrijke gebeurtenissen of momenten. De ontwikkeling van de camera speelt hierbij een grote rol. Dat amateurfotografie ook tot grote hoogte kan stijgen bewijst het verhaal van de Fransman Jacques-Henri Lartigue, die zich als zoon van rijke ouders kon uitleven in zijn passie voor de fotografie. Een gerenommeerd podium voor amateurfotografen is het blad Photo.
|
|
|
 In de ontwikkeling van de fotografie is snel duidelijk geworden dat met een foto een verhaal kan worden verteld en dat een verhaal met een foto vele malen sterker is. Hiermee doet de foto haar intrede in de journalistiek. Dit heeft mooi en indrukwekkend fotomateriaal opgeleverd en bekende fotojournalisten. Er is zelfs een aparte jaarlijkse prijs voor ingesteld: de world press photo. Door het toenemend gebruik van foto's in de journalistiek is ook de behoefte ontstaan aan fotoagentschappen en fotobureaus. Een bekende fotojournalist is Robert Capa, één van de oprichters van fotobureau Magnum.
|
|
 Gaat het in het begin van de modefotografie nog om de kleding, in de loop van de tijd komt daarin een drastische verandering. Tegenwoordig probeert de modefotografie een lifestyle of een imago te creëren rond een product. Naast bekende fotografen (en hun foto's) als Richard Avedon, Karl Lagerfeld (zelf fotograaf en ontwerper) Mario Testino en Jean-Paul Gaultier wordt ook topmodel Claudia Schiffer geïnterviewd.
|
|
De foto heeft haar plek gevonden en weten te behouden tussen alle communicatiemiddelen van onze moderne tijd. De foto vinden wij nog in de vele vormen die in de afgelopen decennia zijn ontstaan. In de pers en in advertenties. Als billboard maar ook als kunstuiting in musea en galeries. De foto is daarmee ook handel geworden. Er zijn fotoarchieven ontstaan, zoals het bekende van Getty jr, waaruit tegen betaling geput kan worden. En veilinghuis Sotheby's bijvoorbeeld veilt onder de vele goederen en kunstvoorwerpen ook foto's.
|
|